Naheffing inkomstenbelasting 2013 bij extra inkomsten

Op de jaaropgave staat niet alleen wat een werknemer bruto heeft verdiend, en levert daarnaast nog een belangrijk gegeven voor de jaarlijkse belastingaangifte: de arbeidskorting.

De arbeidskorting is een vast bedrag dat je in mindering mag brengen op de te betalen belasting. De manier waarop deze korting wordt toegepast, is door het kabinet Rutte II voor het fiscale jaar 2013 aangepast. Of beter gezegd, is versoberd: voor het inkomen boven de 40.248 euro krijg je minder arbeidskorting vergeleken met voorgaande jaren.

Minder arbeidskorting in 2013

De piek van de arbeidskorting ligt op 1.723 euro. Dat aftrekbare bedrag krijg iemand met een bruto jaarloon tussen de 18.503 duizend euro en 40.248 euro. Op inkomsten die boven dit niveau liggen wordt een korting toegepast van 4 procent van dat extra inkomen. Zie het kader hiernaast voor de opbouw van de arbeidskorting.

Arbeidskorting 2013 (voor 65-minners)

- Inkomen t/m 8.816 euro: 1,827% van inkomen

- Inkomen tussen 8.817 en 18.502 euro; 161 euro + 16,115% van dit inkomensdeel

- Inkomen tussen 18.503 en 40.248 euro: 1.723 euro

- Inkomen tussen 40.249 en 69.573 euro: 1.723 euro – 4% van dit inkomensdeel

- Inkomen vanaf 69.574 euro: 550 euro

Bron: Belastingdienst

Een probleem bij de aanpassing van de arbeidskorting is dat deze in eerste instantie via de werkgever op de (maandelijkse) loonstrookjes is ingehouden. Maar de uiteindelijke afrekening vindt plaats bij de aangifte voor de inkomstenbelasting.

“Het vervelende is dat hier door de werkgever niet altijd rekening mee gehouden kan worden. De korting is weliswaar verrekend in de belastingtabellen, maar als de werknemer extra beloningen heeft gehad, zoals provisies of een aanvullend inkomen via een andere werkgever, dan kan daar bij de loonheffing geen rekening mee worden gehouden. Voor wie meer dan 40.248 euro verdient, kunnen de consequenties fors zijn. Als de jaaropgave voor 2013 op de mat valt, staat daar het totaalbedrag op van arbeidskorting die de werknemer al heeft gekregen via zijn loonstrookjes. Dit bedrag moet worden opgegeven bij de aangifte inkomstenbelasting. Het maakt dan niet uit of je  gebruik maakt van de vooraf ingevulde aangifte, want daarop staan ook de gegevens die werkgevers  hebben aangeleverd.

Naheffing fiscus

Pas nadat de aangifte voor de inkomstenbelasting is opgestuurd, gaat de Belastingdienst echt kijken of er al dan niet teveel arbeidskorting is verleend. Als dat het geval is, kun je als werknemer een naheffing verwachten. In het ergste geval kan dit oplopen tot een bedrag van 1.173 euro.

Maar wie moet er beducht zijn voor zo’n naheffing?

Op de eerste plaats speelt dit probleem alleen bij inkomens boven de 40.248 euro. Ben je het hele jaar bij dezelfde werkgever in dienst, dan levert de berekening van de arbeidskorting geen problemen op voor het reguliere maandloon en het vakantiegeld.

Krijgt een werknemer echter een dertiende maand, overwerkvergoedingen of provisies, dan mogen werkgevers daar bij de berekening van de arbeidskorting geen correctie op toepassen.

Hoe dit kan uitpakken, maakt onderstaand rekenvoorbeeld duidelijk

 

Rekenvoorbeeld

(bedragen in hele euro’s)

Maandloon

12x € 3.105

€ 37.260

Vakantiegeld

8%

2.981

Subtotaal

 

€ 40.241

13e maand

 

3.105

Provisie

4 x € 500

2.000

Heffingsloon  2013

 

€ 45.346

Drempel afbouw

 

 (40.248)

Naheffing

4% over

 € 5.098

Te betalen

 

  €204

(bron: UNIT4)

   

Voor het vaste inkomen blijft de werknemer hier beneden de afbouwgrens van de arbeidskorting, te weten 40.248 euro. Maar over de dertiende maand en provisie-inkomsten is nog 4 procent verschuldigd in verband met de lagere arbeidskorting. In het voorbeeld komt dit neer op een naheffing van 204 euro.

Arbeidskorting op jaaropgave

Wie meer verdient dan 40.248 euro en extra beloningen krijgt, buiten het vakantiegeld, kan dus alvast bekijken of er een naheffing in de lucht hangt door de arbeidskorting op de jaaropgave na te rekenen.

Bij een totaal inkomen tussen de 40.249 euro en ruim 69 duizend euro moet de arbeidskorting minder dan 1.723 euro bedragen. Is dat niet het geval, dan kun je een naheffing verwachting. Die bedraagt vier procent van het inkomen boven de afbouwgrens (40.248 euro) tot het inkomensniveau van 69.573 euro.

Bij een totaal inkomen van 69.574 euro en hoger moet je uitkomen op maximaal 550 euro arbeidskorting.

2014-02-18